Praat mee over opvoeden en onderwijs

Laat je stem horen en meld je nu aan voor het Landelijk Ouderpanel.

Direct aanmelden

'Denk niet: 'Help, daar heb je er weer één!''

  • Chantal
  • Nieuws
'Denk niet: 'Help, daar heb je er weer één!''

Goede samenwerking tussen ouders en school bevordert de ontwikkeling, het welbevinden én het schoolsucces van kinderen. Hoe geef je ouderbetrokkenheid op een positieve manier vorm? Een dubbelinterview met Rinda den Besten, voorzitter van de PO-Raad en Lobke Vlaming, directeur van Ouders & Onderwijs in het kader van de campagne ‘Samen zijn wij school’.

De stem van ouders in het onderwijs kan en moet nog veel meer gehoord worden’, staat op de site van Ouders & Onderwijs. Tegelijkertijd hebben leerkrachten soms ook last van ouders die ‘op hun stoel’ gaan zitten. Waar ligt wat jullie betreft de grens van gezonde betrokkenheid?

Lobke: ‘Ouders willen het beste voor hun kind, dus zij zullen altijd opkomen voor hun belang. Er is wat mij betreft niet één strakke lijn waar je je als ouder wel of niet mee mag bemoeien. Het gaat er meer om dat scholen een open houding hebben richting ouders en duidelijke afspraken met hen maken. En ouders moeten zich daar natuurlijk aan houden.’

Rinda: ‘De grens is ook voor iedere leerkracht anders. De één vindt het geen probleem om met ouders te whatsappen, de ander geeft de voorkeur aan mail of communiceert alleen face-to-face. Dat dit niet vastligt is voor ouders soms lastig, maar hoeft niet erg te zijn. Als je als leerkracht maar vanaf het begin van het schooljaar duidelijk bent waar voor jou de grens ligt en op welke manier je wél met ouders communiceert.’

Hoe kunnen scholen ouderbetrokkenheid op een positieve manier vormgeven?

Lobke: ‘Laat ouders meedenken op thema’s waar hun passie ligt. Voor de één is dat zonnepanelen en voor de ander koken of voorlezen. Ik denk dat ouderavonden over het algemeen meer nut hebben als de school niet alleen aan het zenden is, maar veel ruimte biedt voor inbreng van ouders. Dat gaat vaak beter in kleine kring.’

Dus het is niet erg als een deel van de ouders thuis blijft?

Rinda: ‘Dat hangt af van het doel. Bij thematische ouderavonden is dat inderdaad niet erg.’

Lobke: ‘Op sommige momenten mag je wel van ouders verwachten dat ze komen, bijvoorbeeld bij de start van een schooljaar en bij de voorbereiding van de overstap naar het voortgezet onderwijs.’

Rinda: ‘Ja, die overstap behoeft veel uitleg, weet ik uit eigen ervaring. Hoe werkt het precies met het schooladvies en de eindtoets? Wat zijn de procedures rond loting? Veel frustratie komt voort uit het niet begrijpen van systemen.’

En als het schooladvies van zoon/dochterlief dan ook nog eens tegenvalt…?

Rinda: ‘Als leerkracht moet je altijd zorgen voor een soort no-surprises basis. Ga niet pas in gesprek als er slecht nieuws is, maar ben ook tussentijds in gesprek. Blijf professioneel, neem je verantwoordelijkheid en laat soms ook je gezag zien. Dat je weet waar je het over hebt.’

Lobke: ‘Aan de andere kant: veel ouders die bij ons aan de bel trekken, zijn in paniek. Het gaat niet goed met hun kind, dus ze hebben stress. Hoe goed en professioneel de leerkracht het dan ook probeert uit te leggen, dit komt niet altijd goed binnen. Soms kan een conflict worden voorkomen door als leerkracht ook je emotionele betrokkenheid te laten zien. En door te investeren in de relatie met ouders.’

Gaan die vragen en conflicten vaak over passend onderwijs?

Lobke: ‘Er is inderdaad nog altijd veel onduidelijk voor ouders rond passend onderwijs. Dat komt voor een deel doordat het overal anders georganiseerd is. Vaak gaat het over schotten, financiën, verschillende loketjes. Ouders worden gek als de verantwoordelijkheid steeds wordt doorgeschoven.’

Rinda: ‘We hebben het in Nederland veel te ingewikkeld gemaakt. Het systeem is voor hoogopgeleiden al amper te bevatten. Wat ik belangrijk vind is dat de school nooit zijn handen aftrekt van een kind of zich verschuilt achter een samenwerkingsverband. Samenwerkingsverband Noord-Kennemerland vind ik trouwens een goed voorbeeld. Daar zorgen school, jeugdhulp en het samenwerkingsverband altijd eerst voor een passende oplossing voor de leerling. Het financiële plaatje en het papierwerk volgen achteraf. Ze komen er altijd uit!’ 

Hoe is de positie van ouders ten opzichte van de school in de afgelopen decennia veranderd?

Rinda: ‘Ik hoorde een jeugdarts eens zeggen: ‘Mensen krijgen tegenwoordig veel te weinig kinderen.’ Waarmee hij wilde zeggen dat het 1,2 kind dat we gemiddeld hebben, een soort project is geworden waar automatisch veel druk op ligt. En er speelt nog iets anders mee. Voor het eerst groeit nu een generatie kinderen op die het gemiddeld slechter krijgt dan hun ouders. Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar ik proef een beetje dat we het tegenwoordig sneller buiten onszelf zoeken, op het moment dat de ontwikkeling van ons kind niet in ons perfecte plaatje past. Een voorbeeld: vrijwel iedere ouder belandt op enig moment in de opvoeding in discussie met zijn kind over lezen versus computeren. De meeste ouders verliezen deze strijd geregeld. Ik ook. En wie geven we de schuld als het leesniveau van kinderen daalt? Precies, de school.’

Lobke: ‘Toch vind ik dat deze tijd ook veel goeds heeft gebracht. Ouders zijn nu veel beter geïnformeerd dan vroeger, stellen kritische vragen. Daar moet je als school ook je voordeel mee doen!’

Hoe is het eigenlijk gesteld met de medezeggenschap van ouders? Is die nu professioneler dan voorheen?

Lobke: ‘In theorie wel. De MR heeft veel rechten en wordt ook vaak als oplossing gezien om beleid te borgen. Ik vind het goed dat de MR zowel uit ouders als leraren bestaat. Maar op veel plekken kan het nog wel een stuk professioneler. Met één cursus ben je er echt niet. Hoe zorg je dat je écht weet wat er speelt? Hoe lees je een begroting? Dat vergt veel van ouders.’

Tot slot, hoe kunnen landelijke organisaties als de PO-Raad en Ouders & Onderwijs positieve ouderbetrokkenheid stimuleren?

Rinda: ‘Bij de PO-Raad proberen we scholen en hun besturen te stimuleren zich breed te verantwoorden over het onderwijs op de scholen. Wij noemen dat de horizontale dialoog. Niet alleen de overheid heeft immers het recht om te weten wat er met haar geld gebeurt, ook ouders hebben recht op informatie. Daar helpen wij scholen bij, bijvoorbeeld met de website Scholen op de kaart. 

Een andere belangrijke taak voor ons is om lastige zaken beet te pakken, samen op de barricaden te gaan of juist de discussie te voeren. Zo hebben wij met onze leden onlangs een nieuwe richtlijn opgesteld rond de vrijwillige ouderbijdrage. We hebben afgesproken dat een leerling van geen enkele activiteit meer buitengesloten mag worden, ongeacht of zijn ouders de bijdrage betalen. Daarmee gaan we verder dan de wet voorschrijft.’

Lobke: ‘ Voor Ouders & Onderwijs is de belangrijkste opdracht om ouders te helpen op een goede manier te communiceren met school. Verder vind ik dat wij als organisaties een voorbeeldfunctie hebben in hoe we over elkaar praten. Het is ook een kwestie van mindset. Als je als leerkracht bij voorbaat al denkt: ‘Help, daar heb je weer zo’n zeurende ouder’, dan gaat dat natuurlijk niet helpen. 

Rinda: ‘ ... of: ‘ die leerkrachten met al hun vakantie’…’

Lobke: ‘Precies. We hebben een gezamenlijk belang. Dat moeten we veel vaker laten horen. Daarom de campagne ‘Samen zijn wij school’.

  • Deel deze informatie
  • Goed artikel?