Kansenongelijkheid in onderwijs stijgt

  • Marieke Boon
  • Nieuws
Kansenongelijkheid in onderwijs stijgt

De Onderwijsinspectie bracht afgelopen week de Staat van het Onderwijs 2014/2015 uit. De conclusie is dat het Nederlands onderwijs gevarieerd en van hoog niveau is. Alleen profiteren niet alle leerlingen in gelijke mate van het onderwijs. De verschillen in kansen voor leerlingen zijn de laatste jaren groter geworden. 

De Staat van het Onderwijs

De Onderwijsinspectie doet ieder jaar verslag van de Staat van het Onderwijs. Het verslag is bedoeld voor de Staten-Generaal, maar ook voor het onderwijsveld en de samenleving. De inspectie beschrijft in de Staat van het Onderwijs wat er goed gaat in het onderwijs, en waar het onderwijs verder verbeterd kan worden. De belangrijkste conclusies zijn:

  • het onderwijsniveau blijft hoog;
  • de kansenongelijkheid in het onderwijs stijgt;
  • de verschillen tussen scholen nemen toe;
  • op een deel van de scholen voelen leerlingen zich niet veilig;
  • bij passend onderwijs moet belang leerling voorop staan.

Bekijk het filmpje over het rapport:

Hoog onderwijsniveau

De Ondewijsinspectie geeft aan dat Nederlandse leerlingen hoge resultaten halen en hoog opgeleid zijn. Dit in vergelijking tot leeftijdgenoten in andere landen. De internationale voorsprong neemt wel af. Dit komt onder meer door een daling van het aantal vwo-leerlingen en de instroom in het hoger onderwijs.

Ongelijkheid loopt op

De Onderwijsinspectie constateert dat de kansenongelijkheid in het onderwijs oploopt. De laatste jaren nemen de verschillen toe tussen leerlingen met lager en hoger opgeleide ouders. Er is gekeken naar leerlingen met dezelfde intelligentie. De inspectie ziet dat leerlingen met laagopgeleide ouders vaker doorstromen naar een lager onderwijsniveau. Ze krijgen lagere basisschooladviezen en deze worden minder vaak bijgesteld op basis van de eindtoets. Ook in de eerste drie jaar van het voortgezet onderwijs stromen deze leerlingen vaker af. Bovendien gaan ze minder vaak naar het hoger onderwijs dan in eerdere jaren. Inspecteur-generaal Monique Vogelzang is van deze conclusie geschrokken. Ze roept op om samen met alle partijen deze verschillen te verkleinen. Alle leerlingen moeten kunnen profiteren van het hoge niveau van het Nederlandse onderwijs.

De Inspectie heeft gekeken naar de oorzaak van deze kansenongelijkheid. Er is niet één oorzaak aan te wijzen. Veel zaken spelen een rol:

  • Ouders: Hoogopgeleide ouders zouden meer betrokken zijn bij de schoolloopbaan van hun kinderen. Deze ouders kiezen bewuster en voor betere scholen, gaan met hun kind naar huiswerkklassen en toetstrainingen. Ook krijgen deze kinderen vaker medische indicaties wanneer ze op onderdelen achterblijven. 
  • Scholen:  De Inspectie ziet dat leerlingen eerder op een niveau in gedeeld worden. Dit komt door de afname van brede brugklassen, de afname van dubbele schooladviezen en categoriale scholen.
  • Leraren en schoolleiders: Deze hebben meestal onbewust hogere verwachtingen van leerlingen van hoger opgeleide ouders.
  • Beleid en toezicht: Onderwijs, overheden en andere sectoren zullen de handen ineen moeten slaan om toenemende tweedeling te keren.

Toename verschillen tussen scholen

Naast de groei van de kansenongelijkheid ziet de Inspectie dat de verschillen tussen scholen toenemen. Scholen met grote groepen leerlingen van lager opgeleide ouders hebben vaak een zwakkere kwaliteit, minder bevoegde leraren, een hoger ziekteverzuim en een hoger verloop van personeel. Soms zijn ze ook gesitueerd in kansarme wijken.

Niet veilig op school

Andere opvallende conclusies uit het rapport zijn dat op een deel van de scholen leerlingen zich niet veilig voelen. Op sommige scholen voelt bijna een kwart tot een derde deel van de leerlingen zich niet veilig. Dit staat het leren in de weg. In het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs vindt een derde van de leerlingen dat scholen te weinig doen aan pesten en onveiligheid. Scholen die preventief beleid voeren doen het beter.

Belang leerling voorop

De inspectie heeft ook naar passend onderwijs gekeken dat in augustus 2014 is ingegaan. Er gaan nu meer leerlingen naar het reguliere onderwijs. Daarbij zijn er grote verschillen tussen de regio's. Bij sommige samenwerkingsverbanden gaan fors meer leerlingen naar het regulier onderwijs, bij andere gaan juist meer leerlingen naar het speciaal onderwijs. Financiële overwegingen lijken vaak de reden voor deze keuze te zijn. Maar er zijn ook samenwerkings­verbanden die duidelijk uitgaan van de individuele behoeften van leerlingen. 

Andere Staten

Naast de Staat van het Onderwijs, werden ook de Staat van de Leerling, Staat van de Leraar en Staat van de Schoolleider gepresenteerd.

Meer informatie

  • Deel deze informatie
  • Goed artikel?