Krimp? Samenwerking!

  • Sjoerd van Geffen
  • Nieuws
Krimp? Samenwerking!

Leerlingdaling (krimp) leidt tot minder geld voor scholen. Scholen zoeken samenwerking om overeind te blijven. Ouders hebben de kans om via de medezeggenschapsraad mee te praten en oplossingen te zoeken.

Leerlingendaling zet door

In schooljaar 2017–2018 zijn er bijna 10.000 minder middelbare school leerlingen dan in het vorige schooljaar. In 2037 zullen er in het voortgezet onderwijs 113.500 leerlingen minder zijn dan in het huidige schooljaar. Het aantal leerlingen op het vmbo daalt sterker dan gemiddeld. In het basisonderwijs lijkt de grootste leerlingendaling inmiddels achter de rug. In meeste regio's zet de daling in lichtere mate door. Op dit moment heeft 61 procent van de schoolbesturen te maken met leerlingendaling, in 2019 is dat 82 procent. Minder leerlingen betekent minder geld voor de scholen. 

Samenwerking en innovatie is vaak noodzakelijk

De leerlingendaling vereist een andere aanpak van schoolbesturen dan een situatie van groei en concurrentie. Scholen krijgen minder geld als er minder leerlingen op zitten. Onvoldoende inspringen op teruglopende leerlingenaantallen kan leiden tot verschraling van aanbod, sluiting van afdelingen, locaties of scholen en in extreme gevallen zelfs tot sluiten. Besturen zullen moeten samenwerken en innoveren.

Samenwerking: een voorbeeld

De provincie Groningen is een krimpregio. In Groningen zitten de schoolbesturen met elkaar aan tafel om te kijken waar ze kunnen samenwerken. In Veendam neemt de Winkler Prins school in goed overleg de Ubbo Emmius school over. Het schoolgebouw van de Ubbo Emmeus school komt leeg te staan. Ouders en personeel betreuren dat. Ouders kozen bewust voor een kleine school. Maar zonder samenwerking zijn er in de toekomst te weinig leerlingen om open te blijven. 

Wat doen de overheid en schoolbesturen?

Bijna driekwart van de schoolbesturen in krimpregio's heeft een plan om de afname op te vangen. De helft van alle besturen zegt te gaan samenwerken met andere besturen, of dat al te doen. De overheid kweekt bewustzijn bij schoolbesturen, spreekt hen aan op hun verantwoordelijkheid en helpt met procesbegeleiders. Het is wel van belang dat kinderen in hun eigen regio naar school kunnen en daar goed onderwijs ontvangen. Daarom is er de kleinescholentoeslag. Basisscholen met minder dan 145 leerlingen krijgen met deze toeslag meer geld om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen.

Ouders: geef samenwerking mede vorm

Ouders, leerlingen, schoolleiders, leraren, gemeenten en regionale partners doen er goed aan doordrongen te zijn van de ernst van de problematiek van leerlingendaling. Dat stelt besturen in staat om met alle betrokkenen te zoeken naar oplossingen. Via de medezeggenschapsraad praten ouders mee over samenwerking om krimp op te vangen. Wacht niet af, maar geef de toekomst zelf vorm!

Heeft u behoefte aan meer informatie of een advies op maat? Bel dan tijdens schooldagen tussen 10.00 en 15.00 uur met Ouders & Onderwijs via 0800-5010. Of mail vraag@oudersonderwijs.nl.

Meer informatie

  • Deel deze informatie
  • Goed artikel?