Praat mee over opvoeden en onderwijs

Laat je stem horen en meld je nu aan voor het Landelijk Ouderpanel.

Direct aanmelden

Mbo apekool

  • Marieke Boon
  • Blog

- Renske Luca - 

Vlak voor de zomervakantie plaatste de Nationale Onderwijsgids op Twitter een interview met Jan van Zijl, voorzitter van de MBO Raad over 'MBO2025' en de strijd tegen het imagoprobleem. Ik heb het als favoriet aangemerkt. Niet omdat ik zijn verhaal sterk vond. Integendeel, ik vind het ergerlijk wat hij beweert.

Van Zijl geeft aan dat het mbo een imagoprobleem heeft en vindt dat onterecht. Het Nederlandse mbo is volgens hem zeer goed en krijgt dus niet de erkenning die het verdient. Van Zijl vindt het "apekool" dat hogescholen aangeven dat mbo-ers onvoldoende zijn toegerust voor doorstroming naar het hbo. Hij geeft ook aan dat iedereen maar hoger en hoger wil. Vervolgens wordt in het interview het een na het ander aangevoerd om vooral niet hand in eigen boezem te steken. 

Mijn dochter heeft net haar mbo met een diploma afgerond. Niveau 4 heeft ze gedaan, versneld met mooie cijfers. Ik vermeld het laatste nadrukkelijk, want van Zijl hemelt niveau 3 en 4 op "het echte mbo" "de designer, ict'r, horeca-ondernemer". Hij wil graag niveau 1 en 2 "de kwetsbare jongere" "de bouwvakker, loodgieter, stratenmaker" loskoppelen van het mbo.
Omdat mijn dochter op het mbo heeft gezeten en ik nauw betrokken ben geweest bij de avonturen binnen het mbo én inmiddels contact heb met andere ouders, durf ik te beweren dat het mbo toch echt wat problemen heeft. We hebben diverse gesprekken gevoerd over de mbo-problematiek, maar ervaring leert dat het mbo zich niet kwetsbaar durft op te stellen. In lijn van Van Zijl eigenlijk: "bij ons gaat alles goed, het ligt aan de wereld om ons heen". In het geval van mijn dochter resulteerde dat in het ondertekenen van een overeenkomst waarbij ze thuis haar studie mocht afronden. De opleiding werd omgezet in zelfstudie, hulp van ons als ouders en bijlessen van een professionele organisatie.

Het mbo heeft een aantal grote struikelblokken waar veel te weinig aandacht voor is.
Jongeren die geen startkwalificatie hebben, moeten tot hun 23ste onderwijs volgen. Een niet gering deel van de leerlingen komt niet voor onderwijs naar het mbo maar omdat het moet. Het gevolg hiervan is dat de lessen worden verstoord, boeken niet worden aangeschaft, huiswerk niet wordt gedaan, leerlingen te laat komen, verzuimen of ze "hoppen" van de ene naar de andere opleiding. Daartegenover staat de verplichting vanuit de overheid dat leerlingen wel aangenomen dienen te worden. 

Ongeveer 50 tot 70 procent van de docenten binnen het mbo heeft geen lerarenopleiding gevolgd. Zij komen uit het bedrijfsleven en kunnen met (en in bepaalde gevallen (tijdelijk) zonder) het behalen van een bewijs van didactische bekwaamheid les geven op het mbo. Het gevolg is dat ze de kennis missen om goed met een groep leerlingen om te gaan terwijl dit juist door de diversiteit van leerlingen heel erg nodig is op het mbo. Het resultaat is dat het gros geen orde kan houden, niet of nauwelijks tot lesgeven komt en geen idee heeft van de eventuele problematiek van leerlingen (bijvoorbeeld autisme, adhd, dyslectie). 

De mbo-vestigingen zijn zo kolossaal dat het moeilijk blijkt om de opleidingen, examens, roosters en stages goed te organiseren. Zie voor meer informatie over de organisatiestructuur en organogram van bijvoorbeeld het ROC van Amsterdam, locaties in Amsterdam, Amstelveen, Hilversum en Hoofddorp, in totaal 36.000 leerlingen. 

Het bestuur van een mbo-vestiging bestaat uit mensen met een bestuurlijke achtergrond. Hun hart en passie ligt eerder bij het besturen van een organisatie dan bij het onderwijs en de betrokken leerlingen. Ik geef als voorbeeld de achtergrond van werkzaamheden van ing. J.P.C.M. van Zijl,  Nederlands politicus, werkzaam geweest bij ministerie van Landbouw en Visserij, voorzitter van de tijdelijke commissie onderzoek CTSV, vicevoorzitter fractie PvdA, voorzitter Raad voor werk en inkomen. 

De overheid legt het mbo, leerlingen en docenten allerlei regels op, maar overziet onvoldoende de consequenties daarvan. De wettelijke verplichting van het opstellen van een klachtenregeling is er nog niet. Inmiddels is er wel een wetsvoorstel ingediend en goedgekeurd waarbij vorenbedoelde regeling zal worden verplicht. Het vormen van een ouderraad is vrijwel onmogelijk door de vastgestelde vereisten. 

Ouders van mbo-leerlingen zijn vaak niet (meer) betrokken bij het onderwijs van hun kind. Het zou interessant zijn als daar eens onderzoek naar wordt gedaan. Een groot deel van de leerlingen heeft een niet-Nederlandse culturele achtergrond. Betekent dat dat er ouders zijn die de Nederlandse taal niet of onvoldoende machtig zijn? Of zijn ouders inmiddels afgehaakt door de onbegrijpelijkheid van het mbo? Of zijn kinderen door hun ouders inmiddels niet meer te sturen ten aanzien van een toekomstperspectief? 

Je kunt je voorstellen dat door de mix van ongemotiveerde leerlingen, onvoldoende bekwame docenten, matige organisatie, de opgelegde verplichtingen vanuit de overheid, een bestuur dat ver af staat van de werkvloer, niet-betrokken ouders en nagenoeg geen mogelijkheid tot het uiten van klachten, er meer dan genoeg ingrediënten zijn om mbo's tot een onderwijsinstelling aan te merken die je liever omzeilt.

Tot slot voeg ik aan bovenstaande problematiek nog passend onderwijs toe. Het is begrijpelijk dat daarvoor nauwelijks ruimte kan worden gecreëerd. En dat is diep treurig voor de jongeren die daar wel behoefte aan hebben, geen of onvoldoende zorg krijgen en vastlopen of worden geweigerd op een mbo.

Renske Luca is werkzaam in de juridische dienstverlening, houdt van documentaires en is "vriend" van IDFA. Daarnaast is ze recreatief hardloper en fietser. Renske is vriendin van Mama Vita, lid van Ouderkracht voor 't Kind en volgt actief onderwijsdebatten waaronder debat excellent onderwijs en onderwijs2032. 

Meer informatie

  • Deel deze informatie
  • Goed artikel?

Praat mee

* = Verplicht veld