Niveau onderwijs in Nederland glijdt af

  • Marieke Boon
  • Nieuws
Niveau onderwijs in Nederland glijdt af

De Inspectie voor het Onderwijs meldt dat prestaties in het onderwijs dalen. De kansen van kinderen en verschillen tussen scholen worden groter. Het lukt nu niet om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Dit zijn de belangrijkste bevindingen uit De Staat van het Onderwijs. De Inspectie van het Onderwijs presenteerde deze op 11 april 2018. De inspectie roept op tot betere samenwerking voor de maatschappelijke taak van het onderwijs. 

Afnemende prestaties van leerlingen

De prestaties van leerlingen zijn de afgelopen 20 jaar geleidelijk gedaald. Dit blijkt uit internationale onderzoeken in het basis- en voortgezet onderwijs. Leerlingen presteren in Nederland steeds iets minder goed dan vroeger. Vooral toptalent ontwikkelt zich minder. Verder zijn er de laatste twee jaar steeds meer leerlingen die na groep 8 van de basisschool niet goed kunnen lezen. Wel zijn Nederlandse leerlingen gemiddeld goed opgeleid en ze vinden snel een baan. Dit is vooral ook een verdienste van het beroepsonderwijs.

Bekijk de interactieve samenvatting.

Kansenongelijkheid, schoolverschillen, segregatie

De voorwaarden voor gelijke kansen lijken iets te verbeteren. De inspectie meldt: ‘Er zijn meer dubbele adviezen en leerlingen klimmen vaker op binnen het voortgezet onderwijs’. Toch blijft de kansenongelijkheid. Vooral leerlingen in het praktijkonderwijs en beroepsgerichte opleidingen hebben laagopgeleide ouders en vwo’ers vooral hoogopgeleide ouders. 

Ook tussen scholen zitten grote verschillen. Scholen in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs kenden al een sterke scheiding in de afkomst en achtergrond van leerlingen. De laatste jaren neemt die scheiding langs opleidingsniveau en inkomen in het onderwijs verder toe. De inspectie maakt zich zorgen over deze oplopende segregatie in het onderwijs, omdat eilandvorming gevolgen kan hebben voor onderwijskansen van groepen leerlingen en voor de kwaliteit van het onderwijs. 

Kwaliteitszorg, autonomie en sturing

De inspectie verbindt de dalende prestaties van leerlingen met de maatschappelijke opdracht aan het onderwijs die steeds meer onder druk staat. ‘Ondanks het grote aantal goede scholen (…) lukt het niet de kwaliteit van het onderwijs voor alle leerlingen (…) te verbeteren’, zo staat in het rapport. Er wordt hierbij een verband gelegd met de autonomie van de scholen, die niet altijd zou worden benut. Besturen en scholen hebben in Nederland een grote autonomie. Ze zijn zelfstandig verantwoordelijk voor de school en de kwaliteit. De overheid bepaalt maar beperkt centraal. In de praktijk zien we dat dit een wankel evenwicht is geworden. Het vraagt dat besturen en scholen de autonome positie goed benutten en de overheid duidelijk is in wat ze van het onderwijs verwacht. Dat is nu onvoldoende.

Alle partijen nodig

Er is niet een enkele partij die de problemen kan oplossen. Daarbij zal op onderdelen nieuwe tegenkracht georganiseerd moeten worden. Alleen op die manier kunnen we er samen voor zorgen dat álle leerlingen en studenten de beste basis voor hun toekomst krijgen. De ministers Van Engelshoven en Slob vinden de conclusies van de inspectie geen reden om diepgaand in te grijpen in de autonomie van scholen. ‘De verandering zal van binnenuit moeten komen, van ambitieuze leraren, schoolleiders en besturen. Zij staan daarin niet alleen. De inspectie en het ministerie werken met hen samen aan constante verbetering van de kwaliteit van het onderwijs’, zo schrijven ze in hun reactie. De ministers voegen daaraan toe dat het onderwijs niet kan worden verbeterd door de scholen ‘opnieuw te overladen met actieplannen en maatregelen, maar door een combinatie van ruimte, vertrouwen en heldere, gerichte doelen’. Ze gaan de komende tijd verder in gesprek met onder andere de PO-Raad en VO-raad ‘om tot een gerichte samenwerking te komen om de kwaliteit van het onderwijs verder te versterken’.

Ouders dragen bij aan kwaliteit school

De ontwikkelingen in de Staat van het Onderwijs 2018 zijn zorgwekkend en vragen om inzet van alle betrokkenen bij het onderwijs, ook van ouders. Ouders kiezen voor de beste school voor hun kind en gaan voor de beste onderwijskansen voor hun kind. Daarmee spelen ze een belangrijke rol in het Nederlandse onderwijsstelsel. Ouders kunnen actief bijdragen aan de kwaliteit van de school, het onderwijs aan de leerlingen en de ontwikkeling van kinderen. Hoe dit kan en wat dit oplevert, laat de Staat van de Ouder 2018 zien.
 

  • Deel deze informatie
  • Goed artikel?