Toelating praktijkonderwijs

Voor praktijkonderwijs geldt een speciale toelatingsprocedure. Het samenwerkingsverband beslist of uw kind recht heeft op toelating. Dit doen zij op basis van onderzoek en aan de hand van een aantal criteria. Voor de aanvraag is toestemming van ouders nodig.

Moeite met leren

Kinderen die naar het praktijkonderwijs gaan hebben bijna altijd al moeite met leren op de basisschool. De basisschool constateert een leerachterstand en probeert te achterhalen waar deze vandaan komt. Hierbij overlegt de school met ouders. Is er aan het eind van de basisschool nog steeds een leerachterstand? Dan is het soms mogelijk om aanspraak te maken op leerwegondersteuning op het vmbo of toegelaten te worden tot praktijkonderwijs. De basisschool informeert u daarover, in de meeste gevallen in groep 7.

Onderzoek

Als de basisschool denkt dat uw kind in aanmerking komt voor het praktijkonderwijs vraagt de school onderzoeken aan bij het samenwerkingsverband. Dit gebeurt al aan het begin van groep 8. Uw kind krijgt dan een test die het niveau van lezen, spelling, rekenen en begrijpend lezen meet. Ook is er een intelligentieonderzoek nodig. Soms vraagt de school om aanvullend onderzoek. Naar bijvoorbeeld een stoornis die uw kind beperkt bij het leren. De onderzoeken worden uitgevoerd door een geregistreerde orthopedagoog of psycholoog. Voor deze onderzoeken is toestemming van ouders nodig.

Op basis van de uitkomsten van de onderzoeken kijkt de school of uw kind in aanmerking komt voor praktijkonderwijs. Het kan ook zijn dat toch blijkt dat leerwegondersteuning beter past.

Toelaatbaarheidsverklaring

Om naar het praktijkonderwijs te kunnen gaan, heeft uw kind een toelaatbaarheidsverklaring nodig van het samenwerkingsverband. Na het doen van de onderzoeken vraagt de basisschool een toelaatbaarheidsverklaring aan voor het praktijkonderwijs. Voordat de school dit doet, moet de school met u en uw kind overleggen. De school stuurt het onderwijskundig rapport, de toestemming en de zienswijze van ouders op naar het samenwerkingsverband. Het aanvragen van een toelaatbaarheidsverklaring voor het praktijkonderwijs mag de basisschool alleen doen met toestemming van ouders. Het samenwerkingsverband neemt een beslissing op basis van de onderzoeken, het onderwijskundig rapport, vaststaande criteria en het oordeel van twee deskundigen. In het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband staat hoe de aanvraagprocedure eruitziet.

Criteria voor toelating

Voor het praktijkonderwijs zijn landelijke criteria opgesteld. Alleen wanneer uw kind daaraan voldoet is het mogelijk om een toelaatbaarheidsverklaring te krijgen. Uw kind komt in aanmerking voor het praktijkonderwijs als:

  • Het IQ tussen de 55 en 80 ligt, en
  • Er een leerachterstand is van drie jaar of meer op twee van de volgende domeinen: inzichtelijk rekenen, begrijpend lezen, technisch lezen en spellen. Van die twee domeinen is er één inzichtelijk rekenen of begrijpend lezen.

Twee deskundigen

Voor het samenwerkingsverband een beslissing neemt over het toewijzen van praktijkonderwijs, moeten twee deskundigen advies geven. De eerste deskundige is een orthopedagoog of psycholoog. Afhankelijk van de leerling geeft ten minste een tweede deskundige advies. Dit is een kinder- of jeugdpsycholoog, een pedagoog, een kinderpsychiater, een maatschappelijk werker, een arts, of een deskundige op het terrein van praktijkonderwijs.

Beslissing

Ouders krijgen een brief van het samenwerkingsverband met de beslissing. Heeft u uw kind al ingeschreven op het praktijkonderwijs? Dan krijgt ook die school de verklaring toegestuurd.

De toelaatbaarheidsverklaring is voor de hele schooltijd en landelijk geldig. Als uw kind verhuist of naar een andere school gaat hoeft er geen nieuwe toelaatbaarheidsverklaring te komen. Het samenwerkingsverband van de nieuwe school neemt dan de financiering over.

Geweigerd

Krijgt uw kind geen toelaatbaarheidsverklaring? Dan heeft de school voor praktijkonderwijs waar uw kind staat aangemeld zorgplicht. Zij zoeken een passende plek voor uw kind op een andere school. Dat kan een vmbo-school of het voortgezet speciaal onderwijs zijn.

Schoolkeuze

Het is verstandig om al tijdens de onderzoeksfase te oriënteren op scholen voor praktijkonderwijs. U kunt daarbij letten op de mogelijkheden voor doorstroom en eventuele beroepsmogelijkheden. Het is ook zinvol om naar alternatieven te kijken, zoals vmbo-scholen die lwoo aanbieden. Als uw kind een toelaatbaarheidsverklaring krijgt kunt u zich definitief inschrijven op een passende school. Vaak kunt u al inschrijven in afwachting op de beslissing van het samenwerkingsverband. Een overzicht van praktijkscholen vindt u op 10000scholen.nl en www.scholenopdekaart.nl.

Niet eens met aanmelden praktijkonderwijs

Voor de aanvraag van een toelaatbaarheidsverklaring voor het praktijkonderwijs is toestemming van ouders nodig. Bent u het er niet mee eens? Dan kunt u uw kind aanmelden op het vmbo. De vmbo-school onderzoekt dan of zij passende ondersteuning kunnen bieden, eventueel met hulp van het samenwerkingsverband. Sommige leerlingen kunnen aanspraak maken op leerwegondersteuning. Lukt dat niet? Dan zoekt de school een andere passende school. Is dat ook geen optie? En wilt u echt niet dat uw kind naar praktijkonderwijs gaat? Dan ontstaat er een conflict en kunt u bemiddeling inschakelen of de klachtenregeling volgen.

Praktijkonderwijs of leerwegondersteuning

Sommige leerlingen voldoen aan de voorwaarden voor praktijkonderwijs, maar kunnen toch terecht op een vmbo-school met leerwegondersteuning. Dat bepalen school, ouders en samenwerkingsverband samen. Een reden hiervoor kan zijn dat de leerling erg gemotiveerd is of een uitstekende werkhouding. Ook de praktijkschool kan aangeven dat zij de leerling beter vinden passen op een vmbo-school met leerwegondersteuning. In dat geval zoekt het praktijkonderwijs een passende school.

Meer informatie

  • Deel deze informatie
  • Goed artikel?