Speciaal onderwijs

ZMLKEMGBasisschoolKerndoelen

Het speciaal onderwijs is basisonderwijs voor kinderen met een zwaardere ondersteuningsbehoefte. Het gaat meestal om leerlingen met een beperking, ziekte of stoornis. Het speciaal onderwijs is onderverdeeld in vier specialistische clusters.

Vier clusters

Het speciaal onderwijs is onderverdeeld in 4 clusters:

  • Cluster 1: onderwijs aan blinde en slechtziende kinderen.
  • Cluster 2: onderwijs aan dove en slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraak-taalproblemen.
  • Cluster 3: onderwijs aan kinderen met een lichamelijke of verstandelijke beperking en langdurig zieke kinderen.
  • Cluster 4: onderwijs aan kinderen met ernstige gedragsproblemen en psychiatrische problemen.

Welke leeftijd?

Het speciaal onderwijs is voor kinderen vanaf 4 jaar. Uitzondering daarop zijn dove en slechthorende kinderen. Die mogen vanaf 3 jaar naar een cluster 2 school. Uw kind mag blijven tot het einde van het schooljaar waarin hij 14 jaar wordt. Eerder doorstromen naar de middelbare school mag, mits ouders en school het daarover met elkaar eens zijn. U besluit dan samen dat uw kind voldoende basis heeft gelegd voor het voortgezet onderwijs. Er is ook speciaal voortgezet onderwijs.

Wat leert uw kind?

Voor het speciaal onderwijs gelden aparte kerndoelen. Dat betekent dat de lesstof voor leerlingen op het speciaal onderwijs anders is dan in het regulier onderwijs. De kerndoelen omschrijven wat uw kind aan het einde van de basisschool moet kennen en kunnen. Scholen kiezen zelf hoe ze invulling geven aan de kerndoelen.

Vakken en algemene doelen

Er zijn twee soorten kerndoelen: voor specifieke vakken die op school worden gegeven en meer algemene doelen voor de ontwikkeling van uw kind als persoon. De vakspecifieke kerndoelen zijn opgesteld voor de vakken Nederlands, rekenen, wereldoriëntatie, kunstzinnige oriëntatie, bewegingsonderwijs en voor sommige leerlingen ook Engels. De kerndoelen die zich richten op de persoonlijke ontwikkeling van uw kind zijn te verdelen in zintuiglijke en motorische ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling, leren leren, omgaan met media en technologische hulpmiddelen, ruimtelijke oriëntatie en mobiliteit en praktische zelfredzaamheid.

Twee sets kerndoelen

Binnen het speciaal onderwijs hangt het van het lerend vermogen van uw kind af welke kerndoelen er gelden. Er zijn twee mogelijkheden:

  • Voor leerlingen met een enkelvoudige beperking: het gaat dan om kinderen die normaal of moeilijk lerend zijn. Bijvoorbeeld kinderen die langdurig ziek of epileptisch zijn en kinderen met gedragsmoeilijkheden. Lees meer in het kerndoelenboekje speciaal onderwijs.
  • Voor zeer moeilijk lerende of meervoudig gehandicapte kinderen: het gaat dan bijvoorbeeld om kinderen met een erg laag IQ, ernstige motorische beperkingen of een neurologische aandoening. Lees meer in het kerndoelenboekje speciaal onderwijs zml/emg.

Voor ernstig meervoudig gehandicapte kinderen heeft het SLO bovendien verschillende leerlijnen uiteen gezet met aparte mogelijkheden voor kinderen met een IQ onder 35.

Ontwikkelingsperspectief

Voor iedere leerling in het speciaal onderwijs maakt de school een ontwikkelingsperspectief. Daarin staat wat het doel is voor het onderwijs aan uw kind. De basisschool omschrijft bijvoorbeeld of doorstroom naar een reguliere middelbare school of juist het speciaal voortgezet onderwijs het doel is. Ouders hebben het recht om mee te praten over de inhoud van het plan. Lees meer over het ontwikkelingsperspectief.

Toelating

Om naar het speciaal onderwijs te gaan heeft uw kind een toelaatbaarheidsverklaring nodig van het samenwerkingsverband. Lees meer over de toelatingsprocedure voor het speciaal onderwijs. Voor de toelating tot cluster 1 en 2 scholen gelden andere regels.

Meer informatie

  • Deel deze informatie
  • Goed artikel?