Onderwijsbevoegdheden

Naast een verklaring omtrent het gedrag is de belangrijkste vereiste dat de leraar in het bezit is van getuigschrift hoger onderwijs, onderwijzend personeel moet een diploma bezitten van een passende lerarenopleiding. Er zijn 3 onderwijsbevoegdheden; 1 voor het basisonderwijs en een tweedegraads en eerstegraads bevoegdheid voor het voortgezet onderwijs.

Basisonderwijs

Met de onderwijsbevoegdheid voor het basisonderwijs kunt u lesgeven in het primair onderwijs. Dus op de basisschool en op scholen voor speciaal basisonderwijs. U leert kinderen onder meer rekenen en schrijven. Maar ook hoe ze met elkaar kunnen omgaan.
Het diploma kunt u halen na de 4-jarige hbo-opleiding leraar basisonderwijs (pabo). Daarnaast is het mogelijk de lerarenopleiding op academisch niveau te volgen. Na deze opleiding heeft u 2 diploma's: 1 voor onderwijskunde en 1 voor de pabo.
Voor de gymles gelden extra eisen. Elke leerkracht mag gymles geven aan groep 1 en 2, maar om gymles te geven aan de groepen 3 t/m 8 moet er een speciale bevoegdheid zijn. In het speciaal onderwijs mag elke leerkracht gymles geven tot kinderen de leeftijd van 7 jaar hebben bereikt. De PO-raad heeft hierover meer informatie.
In geval van nood en bij calamiteiten mag er een onbevoegde leerkracht voor de klas staan.

Voortgezet onderwijs

Het is wettelijk vastgelegd waaraan de benoeming of tewerkstelling van leraren in het voortgezet onderwijs moet voldoen. Docenten met een tweedegraads onderwijsbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs bezit, kunnen lesgeven aan:

  • de eerste 3 klassen van de havo en het vwo
  • het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
  • het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
  • het praktijkonderwijs

Docenten met een eerstegraads onderwijsbevoegdheid in het voortgezet onderwijs geven les in 1 vak. Bijvoorbeeld Nederlands of geschiedenis. Met een eerstegraads onderwijsbevoegdheid mag worden lesgegeven aan:

  • alle klassen van de havo en het vwo
  • het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs
  • het beroepsonderwijs en volwasseneneducatie
  • het praktijkonderwijs

Speciaal basisonderwijs

Om les te geven in het speciaal onderwijs hebben leerkrachten een onderwijsbevoegdheid voor het basisonderwijs nodig.

Voortgezet speciaal onderwijs

Op scholen die zelf eindexamens afnemen moeten docenten een onderwijsbevoegdheid hebben voor het voortgezet onderwijs. Op scholen die niet zelf eindexamens afnemen volstaat een onderwijsbevoegdheid voor het basisonderwijs.
Met een eerste- of tweedegraadsbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs mogen docenten ook in het voortgezet speciaal onderwijs lesgeven in het vak waarvoor zij bevoegd zijn.

Praktijkonderwijs

Het is ook toegestaan om met een getuigschrift van de Pabo les te geven in het praktijkonderwijs.

Onbevoegd voor de klas

De wet laat voor het voortgezet onderwijs de ruimte om in uitzonderingsgevallen een leraar te benoemen die (nog) niet voldoet aan de juiste bekwaamheidseisen (tijdelijk benoembaar). De inzet van deze onbevoegde leraren is alleen voor een bepaalde tijd en/of onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Volledig onbevoegde leraren moeten na één jaar in opleiding; wie niet over de juiste bevoegdheid beschikt (ander vak, ander niveau), heeft daarvoor twee jaar de tijd, een termijn die onder bepaalde omstandigheden een keer mag worden verlengd.

Meer informatie

  • Deel deze informatie
  • Goed artikel?